Kinderen kunnen aan een hond een fijne kameraad hebben. Ze kunnen er tegen praten, mee spelen en knuffelen. Honden geven kinderen een gevoel van veiligheid en vaak ook een gevoel van verantwoordelijkheid: uitlaten, eten geven, borstelen etc.. Zo op het oog lijkt dit dus een ideale combinatie. Waarom gaat het dan toch regelmatig mis?

 

De belangrijkste oorzaak hiervan is dat mensen in het dagelijkse leven vaak volledig voorbij gaan aan het wezen van de hond en de hond meer als mens/kind benaderen dan als dier. Dit leidt tot veel communicatieproblemen met soms alle vervelende gevolgen van dien.

 

Wolven leven in het wild in roedels. Onze gedomesticeerde huishond heeft de roedel in het wild vervangen door het gezin. Voor de hond maakt dit niets uit. Zolang de regels maar duidelijk zijn en er rust heerst binnen de “roedel” vindt hij het allemaal prima. Elke hond heeft behoefte aan hiërarchie en duidelijkheid. Dit vereist van de roedelleider het juiste leiderschap. Ontbreekt het hier aan dan zal de hond dit vacuüm opvullen en zelf leider worden. Voor veel mensen is dit allemaal niet nieuw. Iedereen heeft er wel eens wat over gelezen of gehoord. Maar om juist leiderschap met ons drukke dagelijks leven te combineren valt vaak niet mee.

 

In de combinatie hond – kind komt er nog een ander belangrijk aspect om de hoek kijken. Zolang namelijk de ouders in dezelfde ruimte aanwezig zijn als het kind, staat het kind hoger in de rangorde dan de hond. Echter, zodra het kind alleen met de hond in één ruimte is, daalt het kind in rangorde en voelt de hond zich ranghoger dan het kind. Hoezeer dit ook strijdig is met ons menselijk gevoel dat een kind boven de hond stelt. En een ranghogere mag een ranglagere corrigeren. U begrijpt het al, de hond “mag” afwijkend of ongewenst gedrag van de ranglagere, in casu het kind, corrigeren.

 

De meeste ongelukken in de thuissituatie ontstaan doordat de hond zich door het gedrag van een kind bedreigd voelt. Omdat kinderen (en veel volwassenen) vaak niets begrijpen van de lichaamstaal van de hond, zien zij de eventuele waarschuwing die van de hond uitgaat over het hoofd. Als een hond bijt is er vrijwel altijd sprake van miscommunicatie. Zeer vervelend is hierbij dat een hondenbeet vaak juist op gezichthoogte van het kind plaatsvindt; het kind kruipt bijvoorbeeld over de vloer, ligt te spelen met de hond, buigt zich naar de hond voorover etc.. De basis van agressie naar kinderen is meestal angst. De hond compenseert zijn angst met agressie. Soms omdat hij zich echt bedreigd voelt, iets dat we vaak zien bij honden waar kruipende peuters in huis zijn. Bijvoorbeeld het kind is over de hond gestruikeld of heeft zich aan zijn vacht opgetrokken.


Soms omdat de hond door hen geplaagd wordt, vaak zonder dat het kind zich daarvan bewust is. Een veelgehoorde opvatting is dat de hond alles moet gedogen en onder geen enkele omstandigheid agressie mag tonen richting kind. De ouders gaan hierbij dan volledig voorbij aan het wezen van de hond. Indien de hond op een “hondse” wijze wordt benaderd (o.a. de juiste rangorderegels, duidelijkheid en rust, plus voldoende beweging en aandacht) en de ouders de moeite nemen om hond én kind op de juiste manier aan elkaar te laten wennen met inachtneming van de juiste spelregels, is dit een goede basis voor een geslaagd samenleven. De ouders zijn hier volledig verantwoordelijk voor. De praktijk wijst vaak uit dat als er gezinsuitbreiding komt, er minder tijd is voor de hond. Begrijpelijk, want ouders hebben het al druk genoeg met een kindje erbij.


De combinatie hond - kind

Op welke wijze een kind met een hond omgaat, wordt vooral bepaald door de leeftijd van het kind. Onderstaand volgt een grove indeling naar leeftijden en de belevingswereld van het kind ten opzichte van de hond. Tevens wordt uiteengezet hoe de hond tegen het kind aankijkt.


Kinderen jonger dan 2 jaar

Kinderen onder de 2 jaar realiseren zich vaak niet dat de hond als dier aanwezig is. Ze praten wel met de hond, roepen zijn naam en aaien het dier, maar de hond is voor kinderen van deze leeftijd niet meer dan een speelgoedbeestje. De puppy op zijn beurt beschouwt een kind van deze leeftijd als een collega-puppy. Dit betekent dat een hond zijn nestgenootjes mag uitdagen en bijten om de grenzen van het nestgenootje te leren kennen.


Gewenste omgang:

Toezicht is te allen tijde verplicht als kind en hond samen in één vertrek zijn. Geen enkele hond, ook niet de goeiige lobbes, kan absoluut vertrouwd worden met een kind van deze leeftijd. De narigheid hoeft niet door de hond geïnitieerd te worden. Ook het kind kan narigheid veroorzaken door de hond op ongecontroleerde wijze te benaderen, bijv. door het als opstapje te gebruiken om op de bank te klimmen. Een bench voor de hond en/of een box voor het kind kan hier enige uitkomst bieden, maar is absoluut geen garantie dat er niets kan gebeuren.

 

Beloon de hond als hij het aaien van het kind toestaat. Begin het kind al vroeg te leren dat er een verschil bestaat tussen aaien en slaan. Haal kind en hond direct uit elkaar indien het spel van het kind of de hond te ruw wordt of als één van hen aangeeft niet op zijn gemak te zijn. Stuur de hond niet naar de tuin of keuken als het jonge kind aanwezig is. De hond is ook een familielid en verdient het om aanwezig te zijn.


Stuurt u de hond weg, dan kan dit bij de hond jaloezie opwekken. De hond kan niet anders dan de associatie leggen dat zodra het kind aanwezig is, hij op een zijspoor wordt gezet. Kortom, het kind betekent dan voor de hond slecht nieuws. Leer de hond daarom rustig te gaan liggen als u het kindje aan het verzorgen bent, in plaats van hem weg te sturen. Geef de hond desnoods een lekker bot of een gevulde Kong.


Kinderen tussen de 2 en 7 jaar

De hond is in de ogen van het kind een grappig wezen, dat met hen concurreert om de aandacht van de ouders. Het kind ziet de hond steeds meer als maatje. Kinderen van deze leeftijd zullen proberen aan de oren en de staart van de hond te trekken. De hond ziet kinderen van deze leeftijd nog steeds als nestgenoot.


Gewenste omgang

Het kind moet verboden worden aan de oren en staart van de hond te trekken. Aan de andere kant dienen we de hond er ook aan te laten wennen dat hij dit gedrag tot op zekere hoogte tolereert.

 

Maak een begin om de kinderen spelletjes als apporteren of verstoppertje met de hond aan te leren. Elk spelletje is goed zolang er geen zwaar fysiek contact of ruwheid in het spel voorkomt.  Sta daarom geen trek- en duwspelletjes toe ( dus geen flos of balletje aan een touwtje). Op deze leeftijd kan dit tot conflicten met de hond leiden.

 

Komen er leeftijdsgenootjes van het kind spelen, bescherm de hond dan tegen zichzelf en de kinderen en leg de hond op een rustige plek of doe hem met wat lekkers in de bench. Zodra de vriendjes weer weg zijn, betrekt u de hond weer direct bij het gezin.


Kinderen tussen de 7 en 11 jaar

Vanaf deze leeftijd kan een kind een beetje leiderschap gaan tonen. Kinderen van deze leeftijd hebben het vermogen om consequent een commando te geven en dit spelenderwijs af te dwingen bij de hond. Zij hebben hierin vaak meer geduld dan volwassenen.


Gewenste omgang

Onder begeleiding van een volwassene kan het kind nu deelnemen aan de verzorging van de hond, zoals voer geven, wandelen, borstelen etc..


Ook kan men voorzichtig beginnen het kind wat basiscommando’s te laten geven, zoals – zit – af – hierkomen. Kinderen mogen nog niet opgezadeld worden met allerlei taken, de eindverantwoordelijkheid blijft bij de volwassene liggen.


Kinderen vanaf 11 jaar

Deze leeftijd valt samen met de puberteit van het kind. Hij/zij krijgt steeds meer belangstelling voor eigen activiteiten en school neemt een steeds grotere plaats in. De activiteiten met de hond worden dan ondergeschikt. Hoewel dit een normaal patroon is, wil dit nog niet zeggen dat het kind dan minder om de hond geeft. Juist in de puberteit waarin allerlei verwarrende emoties voorkomen, kan de hond een maatje voor de puber zijn. Sommige kinderen kunnen op deze leeftijd al begrijpen dat de communicatie met een hond anders verloopt dan met mensen. Indien dit inderdaad het geval is, kan het kind zich ook als ranghogere opstellen.


Gewenste omgang

De ouder dient alert te zijn als de aandacht van het kind voor de hond verslapt. De leegte die dan voor de hond ontstaat, dient door de ouder te worden opgevuld.

 

Algemene regels voor omgang met de huishond

- Elk kind moet een slapende hond met rust laten
Het dier heeft recht op een eigen plek waar hij zich terug kan trekken om te rusten of te slapen. Als hij niet komt als het kind hem roept, moet het kind weten dat hij de hond niet mag gaan halen. Zet de mand niet op een plek waar kinderen langs lopen of rennen. En ook niet ergens onder. Een plek met een ‘dak’ zal eerder verdedigd worden door de hond, omdat ergens onder liggen meer gelijkenis vertoont met een hol.

 

- Leer kinderen om een hond altijd met rust te laten als hij eet
Vertoont een hond agressie bij de voerbak, laat hem dan apart eten en ga onder begeleiding van een gedragstherapeut op zoek naar een oplossing.

 

- Laat een kind geen trekspelletjes doen met de hond
De hond zal een dergelijk spel bijna altijd winnen en dat betekent voor hem de bevestiging dat hij hoger in rang staat dan het kind. Trekspelletjes hebben voor een hond een heel andere betekenis dan voor mensen. Het is voor de hond één van de manieren om zijn plaats in de rangorde te bevestigen en als het even kan hierin op te klimmen.

 

- Het kind mag niet boven op de hond klimmen, zitten, hangen, etc.. Zelfs niet als de hond een vriendelijke lobbes is, die veel goed vindt. Honden kunnen altijd een snauw geven omdat ze het gedrag van een kind interpreteren als een dominantiehandeling. Ook kan het kind onbewust een hond pijn doen.

 

- Laat het kind niet bij de hond in de mand slapen
Een hond heeft recht op een eigen rustplek. Laat honden niet op bed slapen en ook niet op bank of stoel. Honden horen laag te slapen om duidelijk aan te geven dat zij in het gezin geen ranghoge positie innemen.

 

- Het kind mag de hond niet langdurig in de ogen staren
Dreigen doen honden onder andere door elkaar in de ogen te staren en te verstarren. Dit is de reden dat bange mensen vaak problemen hebben met honden. In hun angst staan ze stokstijf stil en staren de hond in de ogen. Deze geeft daar een andere uitleg aan en afhankelijk van zijn karakter en mate van socialisatie zal hij hierop reageren. Kinderen staren nog veel vlugger, niet alleen wanneer ze bang zijn, maar ook als ze nieuwsgierig zijn. Leg kinderen uit wat staren voor de hond betekent en leer ze om het niet te doen.

 

- Laat kind en hond niet met elkaar stoeien
Een hond stoeit met zijn tanden en gebruikt het spel onder andere om hoger in de rangorde te komen. Daarnaast kan een kind in paniek raken als de hond wat ruwer speelt. Spel kan ook overgaan in een serieus conflict: een hond kan dan harder gaan bijten.

 

- Leer het kind dat hij de hond naar zich toe roept
Mocht de hond niet komen, dan moet het kind de hond met rust laten. Het is dan duidelijk dat de hond het niet wil. Het is niet verstandig dat het kind dan naar de hond toeloopt. Bij honden onderling zal in de meeste gevallen de ranglagere naar de ranghogere toe gaan. De uitzonderingen op deze regel zullen voor een kind niet duidelijk zijn.                              

 

Algemene regels voor omgang met vreemde honden

-       Een hond niet aaien die ergens vastgebonden is
Honden die bijvoorbeeld voor de winkel op hun eigenaar wachten, kunnen gespannen zijn en door deze stress minder tolerant tegen kinderen. Bovendien kan een hond zich bedreigd voelen door een kind dat met vaak uitgestoken hand op hem afkomt. De hond kan niet weg van dit “gevaar” en kan alleen maar grommen als waarschuwing en/of bijten.

 

- Geen kinderhanden door openstaande autoramen
Leer het kind om niet zijn handen door een openstaand raam van een auto te stoppen om een vreemde hond te aaien; veel honden verdedigen de auto. Ook honden die achter een hek zitten kunnen sneller reageren met agressie als het kind zijn handen door het hek steekt. In beide gevallen is er dan sprake van territoriale c.q. protectieve agressie.

 

- Een vreemde hond mag nooit door een kind worden aangestaard. De hond vindt dit bedreigend. Bij honden onderling wordt er veel met de ogen gecommuniceerd. Rechtstreeks oogcontact wordt al snel als bedreigend, dan wel als uitdaging beschouwd.

 

- Een vreemde hond alleen aaien met toestemming van diens baas. Na toestemming dient het kindje voorzichtig de hand naar de hond uit te steken en kijk dan of de vreemde hond naar het kindje toekomt. Zo nee, dan heeft de hond er dus geen zin in en moet hij met rust gelaten worden. Zo ja, kriebel de hond dan rustig onder! zijn kin of op zijn borst. Aai hem niet over zijn kop, dit is een dominantiegebaar en de meeste honden vinden dit helemaal niet leuk. Ook volwassenen dienen deze regels bij vreemde honden in acht te nemen.

 

- Een kind niet laten rennen in het bijzijn van vreemde honden
De opwinding die ontstaat, kan maken dat de hond tegen het kind gaat opspringen en in het ergste geval gaat happen. Veel van de bijtincidenten komen voor bij kinderen die buiten spelen. Hun enthousiasme, hoge stemmen, rennen en springen lijken in hondenogen veel op het gedrag van een prooi en activeren het jachtinstinct van de hond.

 

Aanbevolen boeken:

  - “Wie is hier de baas”, kinderboek, Frijlink;
  - “Mijn eerste hond”, Toepoels kindergids, Whitehead;
 - “60 leuke spelletjes met uw hond”, Durst-Benning en Kusch.